HomeKerk & bedevaartSint-Katarinakerk

Kerk & bedevaart

Interieur en bedevaarttradities

Houten lambrisering, een gebeeldhouwde kruisweg, fresco's van de apostelen. Men schonk er zelfs konijnen, kippen of ganzen, die na de mis geveild werden.

Bedevaarttradities

Eeuwenlang trok de kerk grote aantallen pelgrims aan. Hun offergaven werden verzameld in een indrukwekkende eikenhouten offerkist, ruw bewerkt en beveiligd met drie zware hangsloten, groot genoeg voor aanzienlijke bijdragen.

Achteraan in de kerk bevindt zich een merkwaardig detail: een klein dienstvenster dat herinnert aan een oud gebruik waarbij parochianen levende dieren — zoals konijnen, kippen of ganzen — schonken. Na de mis werden die dieren geveild ten voordele van de kerk. Volgens een plaatselijke legende slaagde een boer erin om dezelfde gans acht keer te schenken, telkens door ze na de dienst terug te kopen.

Het interieur

Binnen getuigt het rijke en eerbiedwaardige interieur van het bewogen verleden van de kerk:

  • Houten lambrisering bekleedt de muren en zorgt voor een warme, plechtige sfeer.
  • Een volledig gesneden houten kruisweg trekt de aandacht door zijn gedetailleerde vakmanschap.
  • Op de pijlers van het middenschip zijn nog middeleeuwse fresco's van de apostelen bewaard, overblijfselen van oudere devotiekunst.
  • Sommige koorramen dateren uit de 18de eeuw; andere gingen verloren bij bombardementen tijdens de oorlog en werden begin jaren 1960 vervangen door hedendaagser glas-in-lood.

Deze lagen van traditie en kunst maken van de Sint-Catharina en Sint-Corneliuskerk een van de meest gekoesterde historische schatten van Diegem, die verleden en heden verbindt voor inwoners en bezoekers.

De altaren

In 1642-1643 liet pastoor Joannes vander Eycken door Michiel vanden Bergen, marmerbewerker in Brussel, een marmeren portiekaltaar in renaissancestijl voor Sint-Cornelius maken, voor 1.900 gulden. Het altaarstuk, de Verheerlijking van Sint-Cornelius, toont pelgrims en zieken; een oude man biedt een zak graan aan, met daarop de initialen IVHB. Lang hield men het voor werk van Gaspar de Crayer, maar de rekeningen tonen dat Jan van Houbraecken, een tijdgenoot van Rubens, het schilderde. Onder het doek liggen de relieken, en ernaast staat het eikenhouten beeld van Cornelius van 1543 in pauselijke gewaden.

Het Onze-Lieve-Vrouwaltaar, van dezelfde maker en voor dezelfde prijs, dateert van 1649-1650. Het schilderij erop werd meermaals vervangen: in 1803 door een Aanbidding der herders van de Mechelse schilder Bernaerts, die nu boven de doopvont hangt, en in 1840 door een doek van Du Mortier uit Doornik, waarop Maria de rozenkrans aan Sint-Dominicus geeft, omringd door de vijftien mysteries. Het neogotische hoogaltaar in witte steen kwam na 1810 uit Leuven; het retabel toont Cornelius die een zieke geneest en Catharina voor haar rechters.

Gewelfsleutels, koor en preekstoel

De gewelfsleutels tonen Jezus met de aardbol, Sint-Antonius-abt, Daniël in de leeuwenkuil, het Lam Gods onder de toren, gereedschap in het middenschip, Cornelius in de rechter- en Maria met het Kind in de linkerdwarsbeuk. Het koor is bekleed met eikenhouten lambrisering in Lodewijk XV-stijl uit 1726, waarin elk paneel anders is; de biechtstoel met Petrus en Maria Magdalena draagt het jaartal 1715. In het koor hangen ook de rouwborden van de familie Le Boucq de Beaudignies, met de wapenspreuk ‘Maintenir fault’.

De barokke preekstoel van 1687 werd besteld door pastoor Van Langendonck. Jan De Smet was aannemer, Jacobus van Meerbeke deed het schrijnwerk en de jonge Peeter vande Stichel het beeldhouwwerk; omdat hij nog zo jong was, werd zijn vader betaald. Boven de kuip zweeft een duif onder het klankbord, gedragen door twee engelen. De kuip toont zes medaillons: God de Vader, Christus, Maria, Jozef, Cornelius en Catharina. Onderaan staat een vrouwenfiguur met kelk en kruis, het zinnebeeld van de Kerk. Het orgel dateert van 1792, de communiebank van 1823.

Gewaden en schatten

De kerk bezit een volledig rood gewaad in fluweel met gouden versiering, in 1761 gemaakt door Hubertus Teckman ter ere van Cornelius en Catharina, voor 1.600 gulden, en een zeer oude koorkap met de werken van barmhartigheid in borduurwerk, die in 1882-1885 werd aangevuld tot een volledig gewaad. Verder een missaal gedrukt bij Plantijn in Antwerpen (1737), een offerschaal van 1627 en een barokke kelk van 1664. Bij een diefstal op 22 april 1974 verdwenen onder meer de zes kandelaars van het Corneliusaltaar en twee zilveren wierookvaten.

Doopvont en kruisweg

De doopvont werd in 1543 uit Brussel gehaald. Ze stond eerst achteraan in de kerk, achter smeedijzer, en kwam in 1775 in de nieuwe doopkapel in het vroegere zuiderportaal. In 1861 kreeg ze een witmarmeren voet; het koperen deksel bleef, bekroond met een tempeltje, de doop van Christus in de Jordaan en God de Vader. De eikenhouten kruisweg, ingewerkt in de lambrisering, werd in 1880-1884 gesneden door Fr. De Vriendt uit Borgerhout, voor 765 frank per statie. Op de dertiende statie beeldde hij pastoor Ketelbant af, die het werk had besteld.

Meedoen

Een foto, een anekdote, een herinnering aan Diegem?

Help het geheugen van het dorp te bewaren. Alle hulp is welkom: prentkaarten, familiefoto's, verhalen, data of namen die ontbreken.

De knop opent uw e-mailprogramma naar diegemhistory@gmail.com.

Typ minstens 2 letters. Zoekt in alle pagina's en in de tijdlijn.

    Index van plekken en onderwerpen →