HomeKerk & bedevaartSint-Katarinakerk

Kerk & bedevaart

De torenspits van Diegem: een zeldzaam stenen meesterwerk

Een torenspits volledig in steen, vaak vergeleken met een pagode. In 1943 worden de zowat 5.000 stenen (230 ton) genummerd en afgebroken; in 1951 wordt ze heropgebouwd.

In het hart van het oude dorp Diegem, nabij Brussel, staat een opmerkelijke kerktoren met een unieke stenen spits. Anders dan de meeste spitsen uit die tijd, die van hout waren en met leien bedekt, werd de spits van Diegem volledig in steen opgetrokken — een keuze die buitengewoon veel tijd, geduld en vakmanschap vergde.

Twintig jaar lang werkten bekwame steenhouwers nauwgezet aan de spits, die uiteindelijk een uitstekend voorbeeld werd van Brabantse barokarchitectuur, met een bijna folkloristisch karakter. Dankzij de gelaagde opbouw, zorgvuldig opgevuld met steenpuin, is ze uitzonderlijk duurzaam. De plaatselijke steenhouwers, vermaard om hun vakkennis, gebruikten de harde, witte natuursteen uit de streek, hetzelfde materiaal als voor bekende gebouwen zoals het kasteel Ter Elst.

Oorlog en wederopbouw

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de spits met vernietiging bedreigd. In 1943 oordeelde de Duitse overheid dat ze het vliegverkeer van het nabijgelegen vliegveld van Melsbroek hinderde en beval ze de afbraak. Dankzij de diensten voor monumentenzorg werd de spits in plaats daarvan zorgvuldig gedemonteerd. Elk van de ongeveer 5.000 stenen, samen 230 ton, werd genummerd, gefotografeerd en systematisch neergelaten. De ontmanteling duurde dertig dagen en kostte 135.000 frank — een bescheiden som gezien de omvang van het werk.

Acht jaar later, op 2 april 1951, begon de wederopbouw onder leiding van architect De Groodt en met dezelfde aannemer. De werken waren klaar op 14 oktober 1951 en kostten 732.000 frank. Tegelijk werden enkele verbeteringen aangebracht: een houten wenteltrap werd vervangen door een betonnen trap en er kwam een nieuw torenuurwerk. Volgens de traditie werd de vergulde windhaan door het dorp gedragen voordat hij bovenop de spits werd geplaatst, waar hij nu op twee glazen knikkers draait.

Vandaag kunnen de inwoners van Diegem trots zijn op deze zeldzame stenen spits, die qua vorm vaak met een Chinese pagode wordt vergeleken. Door haar historische en artistieke waarde kreeg de kerk het statuut van beschermd monument — een getuigenis van het rijke erfgoed en het uitzonderlijke vakmanschap van het dorp.

Goed om te weten

Andere bronnen spreken van 35 dagen voor de afbraak, uitgevoerd door aannemer Florent d’Hulst uit Lier. Voor de wederopbouw werkte architect De Groodt samen met architect Julien De Ridder. Eind september 1951 kwamen kruis en haan terug op de spits, en op 28 oktober 1951 vierde heel Diegem feest met een stoet, nieuwe klokken, een nieuw torenuurwerk en vuurwerk.

Wie bouwde de spits?

Vóór 1654 droeg de toren een Brabantse tentvormige kap. De nieuwe spits is achthoekig en 29 meter hoog. Op de eerste omloop staan vier opschriften, die tot 1951 verborgen zaten achter de wijzerplaten: op het zuiden ‘Erigebar anno Domini 1654’ (ik werd opgericht in 1654), op het noorden een chronogram met Cornelius vóór Catharina, op het oosten pastoor Joannes vander Eycken en op het westen heer Gerolinus Oudart. De naam van de architect staat er niet op; lang dacht men aan Lucas Faydherbe.

Het antwoord stond in de kerkrekeningen van 1655-1657: een betaling van 30 rijnsgulden aan ‘Sr Mercx, ingenieur ende architecke van syne majesteit’, voor zijn werk aan de nieuwe toren. Petrus Paulus Mercx was een leerling van architect Francquart. Hij werkte aan de haven van Oostende, aan de loop van de Zenne in Brussel, aan triomfbogen (1670) en aan de versterkingen van Brussel (1672). Hij werd architect en ingenieur van de koning en van de stad Brussel, en stierf daar op 15 maart 1685. Zijn spits verbeeldt de pauselijke tiara van Cornelius: de omlopen zijn de kronen, de vensters de edelstenen.

De toren werd hersteld in 1769 (voor 993 gulden) en in 1887, toen men Franse steen uit Joli-Bois gebruikte. Vroeger beklom men hem via een trap buiten, in de hoek waar sinds 1775 de sacristie staat. De torenbezoeken tijdens de paasdagen hielden op in 1971, toen er antennes voor de televisie op kwamen.

Licht en luchtvaart

Sinds 1951 wordt de toren met Pasen verlicht. In 1952 plaatste aannemer d'Hulst ladderbeugels tot in de top voor een baken voor de luchtvaart, en in 1972 kwamen er natriumschijnwerpers rond kerk en kasteel, voor ongeveer 400.000 frank.

In januari 1960 dreigde opnieuw de afbraak: de Regie der Luchtwegen plande een langere startbaan, met de kerk precies in het verlengde. Diegem kwam in verzet. Een commissie onder burgemeester Mommaerts, met alle partijen en de pastoor, hield zelfs een rondvraag bij de piloten van Sabena: van de 76 die antwoordden, vonden 57 de afbraak niet nodig. De Koninklijke Commissie voor Monumenten weigerde, en er kwam een compromis: de startbaan werd enkele graden gedraaid en op het torenkruis kwam een rood licht.

Meedoen

Een foto, een anekdote, een herinnering aan Diegem?

Help het geheugen van het dorp te bewaren. Alle hulp is welkom: prentkaarten, familiefoto's, verhalen, data of namen die ontbreken.

De knop opent uw e-mailprogramma naar diegemhistory@gmail.com.

Typ minstens 2 letters. Zoekt in alle pagina's en in de tijdlijn.

    Index van plekken en onderwerpen →