Het eerste orgel
Het oudste orgel stond op een doksaal tegen de noordmuur van het koor, boven de deur van de oude sacristie; daarom heeft die muur geen ramen. Het werd wellicht rond 1543 gebouwd door orgelmaker Reussens. In 1639 waren er twee orgels, een nieuw en een oud. Voor de grote feesten haalde de kerk organisten van buiten, zoals ‘Hermes, den organist van Bruessele’ in 1566-1567. Bij de komst van het nieuwe orgel werd het oude op 21 april 1792 voor 450 gulden verkocht aan de pastoor van Kwerps.
Het orgel van Rochet (1792)
Pastoor Forneville liet achteraan in het schip, boven de westpoort, een nieuw hoogzaal bouwen. Op 28 april 1789 bestelden de kerkmeesters drie orgelkasten bij Floris Bonet, meester-schrijnwerker in Charleroi, voor 1.290 gulden; beeldhouwer J.J. Delbas sneed de versieringen, met muziekinstrumenten, bloemen en Sint-Cornelius met zijn hoorn. Het orgel zelf, met drie klavieren en 32 registers, kwam in 1792 van Adriaan Rochet uit Nijvel (1749-1823), de laatste meester van de Brabantse barokorgelbouw. Binnen in de kast staat nog: ‘Adrianus Rochet Nivellensis fecit organum anno 1792’. Het kostte 2.105 gulden, deels betaald met de offergaven van de pelgrims. Om plaats te maken werd het onderste deel van het grote westraam dichtgemetseld.
Rochet kwam tot 1822 zelf twee keer per jaar het orgel onderhouden. In 1829 maakte schrijnwerker Corten uit Brussel onder het hoogzaal een portaal in dezelfde stijl als de lambrisering, met een nieuwe draaitrap. Rond 1900 bouwde August Verhulst uit Herent het orgel om tot twee klavieren en 26 registers, maar hij bewaarde veel van Rochets pijpen, elk met haar oorspronkelijke noot.
De klokken
In 1552 hingen er een kleine en een grote klok. In 1593 hing er alleen een klokje op het kerkhof, omdat de toren geen klokken meer had. In 1639 waren er weer drie, van ongeveer 3.000, 1.800 en 700 pond, en in 1663 goot Claude Humblot een vierde. Volgens een inventaris van 1732 heetten de drie grootste Catharina (gegoten in 1503), Cornelius en Maria (allebei van 1665). In 1743 hergoot meester Roelants een gebarsten klok, en in 1813 werd de grote klok van 3.000 pond, die ook gebarsten was, door Andreas Vanden Gheyn in Leuven tot twee klokken hergoten; peter en meter waren de baron en barones Le Boucq de Beaudignies.
Sinds 1924 worden de klokken elektrisch geluid. In 1943 namen de Duitsers de klok van 960 kilo mee, en een andere barstte op de dag dat de laatste steen van de torenspits werd neergelaten. Een klokkencomité zamelde geld en oud koper in, en Marcel Michiels uit Doornik goot twee nieuwe klokken: Catharina, van ongeveer 1.600 kilo, en een tweede van ongeveer 960 kilo. Ze kostten 217.000 frank en werden op 21 oktober 1951 gewijd. Het opschrift op Catharina luidt: ‘Mijn oude vorm heb ik verloren, ik zweeg een wijl in bange tijd, doch Catharina is herboren en galmt nu luid naar wijd en zijd’. De derde klok is nog die van 1813: ‘Cornelius vocor’, ik heet Cornelius.