Het Sint-Ceciliakoor
Al sinds mensenheugenis zong op het oksaal van de Sint-Katarinakerk het Sint-Ceciliakoor, in de 19de eeuw nog Sint-Cecilia Kring genoemd. Louis Hauwaerts was er drie kwarteeuw voorzanger, van 1860 tot 1935, en jarenlang ook dirigent. In 1921 nam drukker Louis Peeters de leiding over; in 1971 kreeg hij het gouden Sint-Romboutskruis voor 50 jaar dienst. Ook voorzitter Jozef Willox ontving die onderscheiding; in 1977 zong hij al 65 jaar in het koor. Op Sint-Ceciliadag bood de kerkfabriek de zangers elk jaar een teerfeest aan, en op de jaarlijkse uitstap zong het koor de mis in een andere kerk.
Het koor zong ook bij bijzondere gelegenheden: in 1948 bij het gouden jubileum van de koster, in 1961 bij een televisiemis uit Diegem, en geregeld op Diegem-Lo, onder meer in 1926 in de pelsenmakerij Van Crombrugghe die toen als noodkapel diende, in 1930 bij de inzegening van de nieuwe kerk en in 1979 bij de vijftigste verjaardag van die kerk.
Een gemengd koor
In 1967 smolt het Sint-Ceciliakoor samen met het jonge knapenkoor tot een gemengd koor. Niet alleen de vrouwenstemmen waren nieuw: naast het orgel klonken nu ook gitaar, xylofoon en drums. Het eerste optreden was de soldatenmis van Milac in 1967, waaruit een traditie groeide voor de jaarlijkse Week van de Soldaat. Het koor werd achtereenvolgens geleid door Louis Peeters, Jan Deraedemaeker en, vanaf 1973, Luc Boulangé, met Marcel Moens aan het orgel.