Van rivier naar autoweg
Tot in de jaren 1930 kronkelde de Woluwe open en bloot door Diegem. Bij de overwelving van 1930-1935 verdween ze in een ondergrondse collector. Na de Tweede Wereldoorlog werd het dak daarvan geasfalteerd en kreeg het de naam Woluwelaan. Waar vroeger wandelaars rust zochten, raasden nu de auto's voorbij.
Rond 1950 lag er een eerste verkeerswisselaar voor de Woluwelaan en de Leopold III-laan, de weg naar de luchthaven. Midden in het rondplein bleef tot eind 1975 een stukje oud landschap bewaard: een brede kuil met een grasvlakte, waarin de Woluwe zich splitste rond een langwerpig, smaragdgroen eilandje.
Het grote verkeerswisselaar
In 1973 werd het oude rondplein afgebroken. Er kwamen tijdelijke viaducten, een nieuwe spoorwegbrug (1974) en nieuwe kruispunten met de Haachtsesteenweg en de Oude Haachtsesteenweg. Ook hier werd de Woluwe overwelfd. Ze stroomt sindsdien onder het nieuwe, reusachtige verkeerswisselaar door, met een doorsnede van ongeveer 300 meter, dat in oktober 1976 openging.
Rond 1980 bleef er weinig over van het oude landschap. Steenbakkerijen, zandgroeven, verkavelingen, industriezones en de uitbreiding van de luchthaven hadden de gemeente in stukken gesneden. Diegem-Lo lag ingeklemd tussen vliegveld en verkeerswisselaar, en de dorpskom lag in het verlengde van de westelijke startbaan.