HomeWoluwe & molens

Woluwe & molens

Papier fabriek

Van de papiermolens van Bauwens (1725) tot de kartonfabriek De Coninck, gesloten in 1971.

Twee papiermolens op de Woluwe

Al in de 15de eeuw werd in Diegem papier gemaakt. Rond 1660 draaiden er twee papiermolens aan de rand van Nijpezele, die van de familie Jacobs en die van de Foppens, een Brusselse familie van drukkers. Rond 1700 staken Hollandse troepen ze in brand, en een kwarteeuw lang bleef het puin liggen.

Pieter Jan Bauwens

In 1725 kreeg de Brusselaar Pieter Jan Bauwens de toelating om de molens opnieuw uit te baten. Hij kocht beide molens en maakte er één bedrijf van. In 1728 liet hij er een windmolen in zandsteen bij bouwen, die tientallen jaren boven het dal uittorende. Al snel haalde de fabriek 70 riemen papier per dag. In 1730 werkten er 80 arbeiders, en Bauwens kreeg van de aartsbisschop toelating voor een eigen kapel, zodat zijn volk op zondag de mis kon volgen zonder het werk te onderbreken.

De kapel stond aan de Fabrieksstraat, met zicht op de Woluwe: een gebouwtje van ongeveer 10 op 6 meter, met een gevel in witte Diegemse steen en een gebogen fronton. Na de Franse Revolutie werd ze de woning van de meestergast. Op 15 mei 1737 brandde de fabriek af door de onvoorzichtigheid van een arbeider, en Bauwens trok naar een molen op de Zenne in Brussel.

Van Van Triest tot Zerque

In 1757 kocht de Compagnie Van Triest het bedrijf, dat het jaar daarop opnieuw in brand vloog. Rond 1802 werd Jacques Anneet eigenaar, daarna zijn zoon Sébastien en via de dochters de familie Demat, drukkers en boekhandelaars in Brussel. In 1860 kwam alles in handen van de firma C.J. Champagne, A. Zerque & Cie. Rond 1880 verloor de windmolen zijn wieken; tot 1934 deed hij dienst als watertoren voor de papierbereiding.

De kartonfabriek De Coninck

In 1882 kocht Philippe Jacques Georges De Coninck, geboren in Temse in 1831, de fabriek. Hij woonde in de villa ‘Les Acacias’ en richtte de Société Anonyme des Cartonneries et Papeteries de Dieghem op. Na zijn dood in 1897 nam zijn zoon Georges de leiding over; hij was van 1906 tot 1921 burgemeester van Diegem en werd in 1914 samen met pastoor Meeus en kasteelheer Marga tien dagen door de Duitsers gegijzeld. De Georges De Conincklaan houdt zijn naam levend.

Na Georges (overleden in 1926) volgden zijn broer Edward en daarna Paul De Coninck. Na de Tweede Wereldoorlog maakten 80 arbeiders er elke dag 80 ton golfkarton. Branden bleven een gevaar: in juni 1951 ging een stromijt van 40 bij 25 meter in vlammen op, 600 ton stro. Goedkope papierpulp uit het noorden deed het bedrijf de das om: op 31 december 1971 viel het stil. In 1973 werden alle gebouwen afgebroken, ook de molentoren van 1728, ‘de reus van de Woluwevallei’.

Het Sint-Corneliuskapelletje

Volgens de overlevering hielden de relieken van Sint-Cornelius, toen ze uit de abdij van Kornelimünster naar Diegem werden gebracht, halt bij de papiermolens, waar ze aan de pastoor werden overgedragen. Ter herinnering kwam er een kapelletje. Een latere kapel van 1628 stond waar de Sint-Corneliusweg (nu Degreefstraat) op de St.-Katarinastraat uitkwam. Ze werd in 1929-1930 verplaatst naar de muur langs de St.-Katarinastraat, samen met de steen met het jaartal 1628.

Meedoen

Een foto, een anekdote, een herinnering aan Diegem?

Help het geheugen van het dorp te bewaren. Alle hulp is welkom: prentkaarten, familiefoto's, verhalen, data of namen die ontbreken.

De knop opent uw e-mailprogramma naar diegemhistory@gmail.com.

Typ minstens 2 letters. Zoekt in alle pagina's en in de tijdlijn.

    Index van plekken en onderwerpen →