Akkers en vee
In 1686 bestond Diegem bijna helemaal uit akkers: 354 van de 395 bunder waren graanland, met daarnaast wat weide, bos en 16 bunder vijvers. In 1846 was het graanland gehalveerd en waren er veel meer voedergewassen, teken van een grotere veestapel. Een veetelling van 14 april 1809 vermeldde onder meer 32 paarden en 105 koeien, maar geen schapen. In 1845 sloeg de aardappelziekte toe; de gemeente telde toen 80 hectare aardappelen.
Witloof
In de streek kweekte men al cichoreiwortels voor goedkope ‘peekoffie’, en Diegem had verschillende cichoreifabrikanten. Rond 1850 ontdekte een tuinbaas van de Brusselse Kruidtuin dat de wortels onder een laag aarde een witte, gesloten krop gaven: het witloof. In 1867 bracht landbouwer Lekeu het eerste witloof uit volle grond op de Brusselse markt. In Diegem nam de teelt vooral toe tussen 1907 en 1910, en Diegem-Lo werd er bekend om. Driekwart eeuw lang bracht het witloof welvaart, tot de luchthaven, de verkeerswisselaars en de autosnelwegen de grond innamen. In 1977 waren er nog maar tien landbouwbedrijven, met 6,5 hectare witloof en geen enkel paard, rund of varken meer.
Nijverheid
Naast de molens en steengroeven kende Diegem in 1671 twee mosterdmolens, uniek in de omgeving van Brussel. Rond 1900 waren er een margarinefabriek, de kartonfabriek en een ijzerbedrijf; later kwamen de brouwerij Ermens, de munitiefabriek van Marga, pelsenfabrieken, de behangpapierfabriek Hendrix (1920), een metaalgieterij (1925) en de kachelfabriek Reno (1936-1937). Na 1945 trokken de luchthaven van Melsbroek en nieuwe bedrijven als de Biscuiterie Royale en de autobergplaats van Sabena werknemers aan. In 1961-1962 werd een industriezone afgebakend tussen de spoorlijn Brussel-Leuven, de Pachthofstraat, de Bosstraat en de Lambroekstraat; in 1970 werd ze uitgebreid tot ongeveer 100 hectare.
In 1976 werkten in Diegem dagelijks 2.616 mensen uit 387 gemeenten; 92 procent van wie er werkte, kwam van buiten. Omgekeerd werkte de meerderheid van de Diegemnaars in Brussel of in Halle-Vilvoorde. In 1957 telde het dorp nog 35 herbergen; twintig jaar later was er nog een tiental.