HomeKerk & bedevaart

Kerk & bedevaart

De abdij van Kornelimünster en Diegem

De verre abdij bij Aken die Sint-Cornelius naar Diegem bracht, en wie na haar de tienden hief.

De abdij van Kornelimünster ligt aan de Inde, bij Aken. Keizer Lodewijk de Vrome stichtte ze eind 814 of begin 815 voor zijn vertrouweling Benedictus van Aniane, die er de regel van de benedictijnen wilde hervormen; rond 817 werd ze ingewijd. Ze kreeg uitgestrekte domeinen in het hele rijk en een rijke relikwieënschat, waaronder relieken van Sint-Cornelius, die Karel de Kale haar schonk. Naar hem heet ze Kornelimünster. Cornelius was paus van 251 tot 253, in een tijd van christenvervolging, en stierf in ballingschap.

Diegem kwam wellicht al in de 9de eeuw aan de abdij; een akte daarvan is niet bewaard. Het domein van Diegem en dat van Neder-Heembeek aan de Zenne vormden samen één geheel, met de Ham, een aanlegplaats aan de Zenne, als verbinding. Van al haar domeinen voerde de abdij alleen in Diegem en in Sint-Kornelis-Horebeke bij Ronse de verering van haar eigen patroon in.

Een abdij in geldnood

De 13de eeuw was voor de abdij een ramp. Verarmd door oorlogen verkocht ze tussen 1273 en 1280 haar inkomsten rond Brussel; die van Diegem gingen voor 801 pond naar Godfried, een clericus. Toch bleef Kornelimünster grondheer: ze verkocht inkomsten, niet het dorp zelf. Wat overbleef waren vooral de tienden, de Duivenmolen en enkele gronden. In 1418 wist de abdij zelf niet meer goed wat nog van haar was, en de hertog van Brabant liet de meiers uitzoeken welke lenen ‘verdonkerd’ waren geraakt.

Rond de Duivenmolen op Nijpezele bleef de naam van de patroon overal aanwezig: de St.-Cornelislinde (1614, 1748), een St.-Corneliuskapel (1748), het Sint-Cornelisbeekje (1632) en de St.-Cornelisweg. In 1727 bezat de abdij in Diegem nog een halve bunder beemd, de Duivenmolen, een boomgaardje, vier vijvertjes en een rente op de molen.

Heylissem neemt over

In 1749 gingen de tienden van Kornelimünster over naar de abdij van Heylissem, een abdij van premonstratenzers aan de Kleine Gete, gesticht rond 1129-1130. Zoals vroeger Kornelimünster betaalde ze de pastoor van Diegem een deel van de tienden. De abdij werd rond 1780 volledig verbouwd door Laurent Dewez en in 1797 door de Franse republiek verkocht; later kwamen er een katoenfabriek en een suikerfabriek. In 1962 kocht de provincie Brabant het domein.

Andere kloosters met goederen in Diegem

Ook andere instellingen bezaten grond in Diegem. Het klooster van Bethanië in Mechelen had er het Hof van Bethaniën. De ziekenzaal van het Groot Begijnhof van Brussel bezat in 1744 ruim 33 bunder; de Begijnenweg herinnert er nog aan. Het Sint-Janshospitaal van Brussel liet in het begin van de 18de eeuw een kaart van zijn goederen in Diegem tekenen. De Kleine Kanunniken van Sint-Goedele hadden er sinds 1226 een eigen goed met een meier, en verder worden de abdij van Grimbergen en de leprozen van Obbrussel vermeld.

Meedoen

Een foto, een anekdote, een herinnering aan Diegem?

Help het geheugen van het dorp te bewaren. Alle hulp is welkom: prentkaarten, familiefoto's, verhalen, data of namen die ontbreken.

De knop opent uw e-mailprogramma naar diegemhistory@gmail.com.

Typ minstens 2 letters. Zoekt in alle pagina's en in de tijdlijn.

    Index van plekken en onderwerpen →