HomeKerk & bedevaartSint-Katarinakerk

Kerk & bedevaart

Bedevaart op paasmaandag

De Paasmaandagbedevaart in Diegem, afgebeeld door Constantin Meunier en beschreven door Georges Eekhoud in Kermesses (1884).

Eeuwenlang kwamen pelgrims naar Diegem om Sint-Cornelius aan te roepen, vooral tegen stuipen bij kinderen en tegen de vallende ziekte (epilepsie), maar ook tegen jicht, verlamming en kinkhoest. De offergaven in geld en in natura waren zo overvloedig dat de kerkfabriek van Diegem tot de rijkste van de streek behoorde; ze maakten wellicht ook de stenen torenspits mogelijk.

Een broederschap sinds 1462

Een akte van 16 mei 1462 spreekt al over de gronden van de ‘bruederscap van Sente Cornelys van Dyeghem’. De leden kwamen uit tientallen dorpen, van Anderlecht en Aarschot tot Mechelen en Zaventem. In een register uit de 19de eeuw staan zelfs koning Alfonso XIII van Spanje (1890) en enkele prinsessen. Omdat er geen bewijs was dat de broederschap ooit kerkelijk was opgericht, kwam in 1819 alsnog de officiële toelating uit Rome.

Zo deed je de bedevaart

Je ging al biddend driemaal rond de kerk buiten en driemaal binnen, woonde de mis bij, vereerde de relikwie, gaf je offer en liet de zieke of het hele gezin inschrijven in de broederschap. Daarna hield je een noveen van negen dagen, met de litanie van de heilige en water uit het St.-Corneliusborreken. Voor wie niet zelf kon komen, was het bedevaartvaantje het bewijs dat een ander de tocht had gedaan. Soms moest men met negen zijn; wie die niet bijeenkreeg, mocht een beroep doen op de leerlingen van de meisjesschool.

De grote dagen waren paasmaandag en paasdinsdag, en het feest van de heilige op 16 september, dat sinds 1713 op de zondag daarna werd gevierd. Elke eerste dinsdag van de maand was er om 10 uur een mis voor de leden van de broederschap; die traditie bestaat nog. Het St.-Corneliusborreken in de St.-Corneliusstraat, ter hoogte van de huizen 10 en 12, werd elk jaar op paasmaandag gewijd; pelgrims namen het water mee voor wie aan stuipen of vallende ziekte leed. In 1899 sloot de gemeente de put en plaatste er een pomp.

Bedevaartvaantjes bestonden al bij de voltooiing van de kerk in 1543. Rond 1700 liet de kerk ze per duizenden drukken: 1.300 in 1699, 4.000 in 1703. Een koperplaat van na 1654, met de nieuwe torenspits, Cornelius met aan zijn voeten een vallende zieke en Catharina met haar wiel, wordt nog bewaard in het stadsmuseum van Brugge. Het opschrift luidt: ‘S. Cornelis, patroon tegen de vallende sieckte tot Dieghem’.

Levende offergaven

Boeren offerden biggetjes, duiven, eenden, kippen en konijnen, later soms ook varkenskoppen, en goten koren, tarwe, haver en gerst in een grote graankist achteraan in de kerk. Om de pelgrims bij hun binnenkomst van hun luidruchtige gaven te verlossen, liet pastoor Forneville in 1775 naast het pelgrimshuis een ‘kippenhok’ bouwen, met een schuifluikje naar de kerk. Na de hoogmis riepen de koster of een kerkmeester de dieren op van een stenen verhoog met ijzeren hek naast het noorderportaal en verkochten ze bij opbod; de opbrengst ging in de offerblok van Sint-Cornelius. Rond 1968 gebeurde dat voor het laatst.

Kerkmis en kermis

Een Brusselse journalist beschreef in 1911 de drukte op paasmaandag: wie in Diegem van de tram stapte, moest zich een weg banen door de menigte. Rond de kerk zaten zieken en kreupelen op het gras, de pelgrims draaiden in gesloten rijen rond het gebouw, de vrouwen in hun beste kleren. Een oude vrouw verkocht kaarsjes voor twee centen, de koster veilde konijnen bij de oren, en daarna trok iedereen naar de kermis met straatzangers, een kwakzalver op een vergulde koets, worsten en pruimentaarten.

De bedevaart op paasmaandag, in de buurt bekend als ‘Pasen-Diegem’, trekt nog altijd bezoekers; de Diegemnaars zelf gaan traditioneel op paasdinsdag. Na de hoogmis wordt de relikwie vereerd en kan men zich nog inschrijven in de broederschap. Rond de feestdagen groeide een driedaagse kermis op het marktplein, tussen kerk en kasteel. Een tweede kermis valt op de tweede zondag van september.

De bedevaart in de kunst

De bedevaart inspireerde heel wat kunstenaars. Charles de Groux (1825-1870) en Constantin Meunier (1831-1905) schilderden de bedevaart op paasmaandag in Diegem, en Georges Eekhoud beschreef ze in zijn boek Kermesses (1884). Er bestaan ook prenten van onder meer E. Duyck, Arthur Peeters, Decaux (1886) en P. Lauters.

Meedoen

Een foto, een anekdote, een herinnering aan Diegem?

Help het geheugen van het dorp te bewaren. Alle hulp is welkom: prentkaarten, familiefoto's, verhalen, data of namen die ontbreken.

De knop opent uw e-mailprogramma naar diegemhistory@gmail.com.

Typ minstens 2 letters. Zoekt in alle pagina's en in de tijdlijn.

    Index van plekken en onderwerpen →