HomeDorpskern

Dorpskern

Bestuur en burgemeesters

Van meier en drossaard tot de laatste burgemeester van 1976, met taal, financiën en veldwachters.

Diegem was een ondermeierij van Vilvoorde in het hertogdom Brabant. De heer stelde een meier en schepenen aan; in 1650-1660 was Jan vander Perre meier, in de 18de eeuw de Steenokkerzeelse notaris Joannes Judocus van Frachen drossaard. Onder de Franse bezetting werd Diegem een gemeente van het Dijledepartement, met maires als Henri Joseph vanden Plas, notaris Pierre Jacques van Gansen en herbergier Jean de Roover. Na 1830 hoorde Diegem bij het kanton Sint-Stevens-Woluwe, vanaf 1867 bij Sint-Joost-ten-Node en vanaf 1904 bij Schaarbeek. In 1853 weigerde de raad nog elke aanhechting bij Brussel. Op 25 september 1963 verzusterde Diegem met Northbrook in Illinois, en op 1 januari 1977 fuseerde het met Machelen.

De burgemeesters

Na Carolus de Baudignies (tot 1832) volgden Pieter Mattheussens, Judocus Jacops (vanaf 1840) en Frans Ferdinand Tenaerts, burgemeester van 1850 tot zijn dood in 1883. Dan kwamen dokter Eugène Van der Aa (1883-1906), Georges De Coninck van de kartonfabriek (1906-1921), molenaar Frans De Kelver (1921-1938) en Alfons De Cock (1938-1950). Tijdens de oorlog verving eerste schepen Corneel De Ceuster hem eerst, en vanaf december 1941 was Jozef Teugels oorlogsburgemeester. Na De Cock kwamen Jan Emiel Mommaerts (1951-1967), onderwijzer Gaston Blairon (1967-1976) en ten slotte Hendrik Campine, de laatste burgemeester van het zelfstandige Diegem in 1976. Velen van hen gaven hun naam aan een straat of plein.

Taal, financiën en politie

Tot het midden van de 19de eeuw schreef het gemeentebestuur alles in het Frans; vanaf 1855 verschijnen af en toe Nederlandse verslagen, en in 1907 eiste de raad een lastenboek in het Nederlands. In 1922 vroeg de raad de vernederlandsing van de universiteit van Gent. De financiën waren lang krap: in 1826 kon de gemeente geen brandspuit betalen en zette ze haar abonnement op Le Journal de Bruxelles stop. Een opvallende bron van inkomsten was het standgeld van de paasfoor, de jongste jaren zowat 100.000 frank. In 1922 kwam er zelfs een taks op huwelijksstoeten: 10 frank per rijtuig, 20 per auto.

De eerste bekende veldwachter is Laureys Vanderpoorten (1804). Een van zijn opvolgers, Carolus Vanvarenbergh, werd in 1844 berispt wegens dronkenschap, kwaadsprekerij over het gemeentebestuur en omgang met stropers tot middernacht; enkele maanden later heette het dat hij ‘zich terdege betert’. In 1826 moesten de herbergen in de winter om 9 uur ’s avonds sluiten en de rest van het jaar om 10 uur; de kerkklok kondigde het sluitingsuur aan. In 1957 werd een korps Civiele Bescherming opgericht, dat meteen 88 leden telde.

Meedoen

Een foto, een anekdote, een herinnering aan Diegem?

Help het geheugen van het dorp te bewaren. Alle hulp is welkom: prentkaarten, familiefoto's, verhalen, data of namen die ontbreken.

De knop opent uw e-mailprogramma naar diegemhistory@gmail.com.

Typ minstens 2 letters. Zoekt in alle pagina's en in de tijdlijn.

    Index van plekken en onderwerpen →