HomeMensen & archief

Mensen & archief

Armenzorg en epidemieën

De Heilige-Geesttafel, het Sieckhuys en de pest die in 1635-1637 bijna de helft van Diegem wegnam.

Al in de 14de eeuw had Diegem een Heilige-Geesttafel of armentafel, die een deel van de kerkelijke inkomsten aan de armen besteedde. Haar inventarissen van rond 1350 en 1424 behoren tot de oudste die in Brabant bewaard zijn. Twee armenmeesters werden elk jaar rond Lichtmis aangesteld door de pastoor, de schepenen en de kerkmeesters, en vaak ook door de heer. Een van de twee offerblokken in de kerk was voor de armen. In 1683 bracht de tafel ongeveer 400 gulden per jaar op uit akkers, weiden, huizen en cijnzen.

De rekeningen tonen hoe concreet die hulp was: schoenen, hemden, kousen, een broek en wambuis, een jaar kost en inwoon voor een kind, turf of geld voor brood voor zieken. In 1787 gaf de tafel onder meer 100 gulden uit aan kleding, 35 aan dokter en geneesmiddelen, 105 aan de zorg voor zieken, 100 aan brandstof en 68 aan de huur van arme weduwen. Ze zorgde ook voor pleegkinderen: in 1738 moest koster Van Esdeuren de kleine Joanna Van Gindertaelen leren lezen, naaien en stoppen, op straffe dat men het kind zou weghalen als het niet net werd gehouden. Onder de Franse republiek werd de tafel vervangen door een Bureel van Weldadigheid, later de Commissie van Openbare Onderstand (1925) en sinds 1977 het OCMW.

Het Sieckhuys

Met zoveel pelgrims die genezing zochten, was er ook zorg voor zieken. In 1632 wordt een ‘Sieckhuys van Dieghem’ vermeld, aan de weg naar Kraainem, bij het binnenkomen van het dorp vanuit Brussel; later is er geen spoor meer van. Toen in 1866 de cholera toesloeg, stelde Jan Dehase zijn hoeve, het Poteyen Hof, kosteloos ter beschikking voor de verpleging van de zieken.

De pest van 1635-1637

Pastoor Augustinus Beelden begon in 1625 met de registers van overlijdens en huwelijken. Daarin zie je hoe in 1626 en 1629 de pest al slachtoffers maakte, onder wie kasteelvrouwe Catharina Oudart, die na enkele uren koorts stierf terwijl haar knechten en meiden van schrik de kamer niet durfden te naderen. Van oktober 1635 tot juni 1637 woedde de ziekte hevig: hele gezinnen stierven, koster Jeroom Bogaerts en zijn vrouw op dezelfde dag, en de schrijnwerker die de doodskisten maakte, met zijn kinderen. In totaal vielen 139 doden, bijna de helft van de parochie. Beelden ging van huis tot huis en stierf, uitgeput, in 1639. Later trof Diegem nog cholera (1832, 1849, 1866) en tyfus (1839).

Meedoen

Een foto, een anekdote, een herinnering aan Diegem?

Help het geheugen van het dorp te bewaren. Alle hulp is welkom: prentkaarten, familiefoto's, verhalen, data of namen die ontbreken.

De knop opent uw e-mailprogramma naar diegemhistory@gmail.com.

Typ minstens 2 letters. Zoekt in alle pagina's en in de tijdlijn.

    Index van plekken en onderwerpen →