De Jolige Uilenspiegels
In 1936 wilden August Vanistendael, Florent Michils en Jozef Coleman eens iets anders brengen dan toneel en richtten een bonte avond in. Ze noemden zich ‘De Jolige Uilenspiegels’: Vanistendael schreef de teksten, Coleman de muziek, Michils speelde piano en regisseerde. Het werd meteen een succes, met optredens in Diegem, Zaventem en tot in Zemst.
In de oorlog nam een tweede generatie van jonge KAJ'ers het over, met Maurits Materne en Isidoor Spruyt als bezielers en een klein orkest. Toen Coleman in 1943 voor verplichte arbeid naar Duitsland moest, nam Karel Coussé de muzikale leiding. Ze speelden onder meer voor de Winterhulp, tot een laatste voorstelling in maart 1944, toen de eerste bombardementen in de buurt vielen. Na de oorlog smolt de groep samen met een cabaretgroep die onderpastoor Van Montfort in 1946 had opgericht. Hoogtepunten waren ‘Shylock, de koopman van Venetië’ in 1945 en het parabelspel ‘De Verloren Zoon’ in 1948, met een symfonisch orkest en een gemengd koor van 60 stemmen. Tot 1975 traden de Uilenspiegels zo'n 40 keer op; daarna bleven ze vrienden, met een maandelijkse spaaravond en een jaarlijkse reis.
Chiro
Kort na de bevrijding, in 1944, stichtte onderpastoor Frans Van Montfort met Georges Boulanger als eerste groepsleider de Chirogroep Sint-Tarcisius voor jongens. Eerst was het parochieheem het lokaal; in 1964 kwamen nieuwe jeugdlokalen. In 1979 vierde de groep 35 jaar met een zeepkistenrace en een Sterrenparade. In 1945 volgde een meisjesgroep, de Chiromeisjes Gidi, met Suzanne Vanhooff als eerste groepsleidster. Ze kwamen samen in de parochiale school, vanaf 1956 in ‘Ons Gedoe’ en later in een leegstaande woning van de kerkfabriek in de Groenstraat. De Chiro organiseerde ook een kindersongfestival, in 1978 al aan zijn tiende editie.
Milac en ’t Diegemnerke
Toen Vital Orolé in 1956 onderpastoor werd, richtte hij ook Milac op, een vereniging die een brug sloeg tussen parochie en kazerne: ze hield contact met de jongens in legerdienst en stuurde hun pakjes. Eerste voorzitter was Jan Van Leemputten. In februari 1957 verscheen het maandblad ’t Diegemnerke, eerst als stencil op 60 exemplaren, met een voorpagina van Arthur Peeters, die sindsdien de vaste tekenaar en later hoofdredacteur werd. In januari 1978 kwam het 250ste nummer uit, gevierd met een tentoonstelling van Peeters' werk. Het blad groeide uit tot een Diegems maandblad op meer dan 900 exemplaren, dat in weinig gezinnen ontbrak. Milac organiseerde ook concerten en een boekenbeurs, en in 1978 de provinciale opening van de Week van de Soldaat.
Nieuwe clubs na 1960
In de jaren zestig en zeventig kwamen er tal van clubs bij. De vissersclub ‘Het Stekelbaarsje’ (1960) mocht de vijver rond het cultureel centrum bevissen. André Van Win stichtte in maart 1962 de Brabantse Accordeonclub, die uitgroeide tot 30 accordeonisten van alle leeftijden; Rudy Perdaen werd in 1975 en 1977 Benelux-orgelkampioen. In september 1964 kwam de tafeltennisclub Smash-Club, die in het Gildenhuis speelde. Toneelkring Edelweiss speelde van 1965 tot 1978, jeugdclub Astron bestond van 1967 tot 1972.
Eind 1969 begon de jiu-jitsuclub Nagasaki, op een oude mat die eigenlijk opgeborgen moest worden; na vijf jaar telde de club meer dan 100 leden, en elke maandagavond kreeg de Diegemse politie er les. In 1971 volgden de jeugdclub Bacchus voor twintigers, met carnaval, wijnfeesten en de voetbalploeg F.C. Inonzentijd, en de golfbiljartclub B.C. Diegemlo in café ‘Sportvriend’. De Verenigde Handelaars, opgericht in januari 1975, hielden vanaf maart van dat jaar een jaarlijkse handelsbeurs, drie weken voor Pasen; in oktober 1977 begon fotokring Difodia in het oude gemeentehuis.